Sangiovese: het druivenras achter Chianti, Brunello en de Super Toscanen
Als er één druivenras is dat de rijkdom van de Italiaanse wijnwereld samenvat, dan is het Sangiovese. Het is het meest geteelde ras van Italië en de basis voor een indrukwekkende reeks wijnen: van de toegankelijke Chianti Classico en de elegante Morellino di Scansano tot de machtige Brunello di Montalcino, die tot de langst houdbare wijnen ter wereld behoort. Toch is Sangiovese voor veel wijnliefhebbers nog een beetje een raadsel. In dit artikel ontdek je waar het ras vandaan komt, wat het zo herkenbaar maakt en welke flessen het waard zijn om te ontdekken.
Van Toscane naar de rest van Italië
Sangiovese vindt zijn oorsprong in Toscane, en dan met name in het hart van de Chianti Classico-streek tussen Florence en Siena. De naam verwijst mogelijk naar het Latijnse Sanguis Jovis, “bloed van Jupiter”, al is die etymologie niet officieel bewezen. Genetisch onderzoek heeft aangetoond dat het een kruising is van Ciliegiolo en Calabrese Montenuovo, twee oude Italiaanse rassen.
Tegenwoordig groeit Sangiovese in vrijwel heel Italië, van Emilia-Romagna in het noorden tot Sicilië in het zuiden. In elke regio draagt het een andere naam en andere eigenschappen: Prugnolo Gentile in Montepulciano, Morellino in Maremma, Brunello in Montalcino en Nielluccio op Corsica. Die variatie is geen toeval. Sangiovese is genetisch instabiel en past zich sterk aan aan klimaat, bodem en teelttechniek. Dat maakt het een druif met duizend gezichten, en verklaart meteen waarom wijnen op basis van dit ras zo enorm kunnen verschillen.
Smaakprofiel: wat maakt Sangiovese herkenbaar?
Ondanks alle regionale variaties zijn er een paar kenmerken die Sangiovese altijd met zich meedraagt. De wijn is doorgaans middelzwaar van body, met een heldere kersrode kleur die nooit erg donker wordt. De tannines zijn aanwezig maar fijnkorrelig wanneer het druivenras goed gerijpt is, en het zuur is opvallend hoog. Dat laatste is een van de sterkste punten van Sangiovese: de frisse zuurgraad maakt de wijn bijzonder tafelgeschikt en geeft hem een groot houdbaarheidspotentieel.
Qua aroma’s gaat het vooral om rode vruchten zoals kers, pruim en rode bessen, gecombineerd met kruidachtige tonen van lavendel, tijm en droge aarde. In oudere wijnen en na contact met eikenhout komen er meer complexe nuances: leer, tabak, gedroogde vijgen en soms een vleugje oud rozenhout. Een jonge Chianti heeft daarmee een heel ander karakter dan een tien jaar gerijpte Brunello, maar toch herken je in beide de typische Sangiovese-handtekening: die levendige zuurgraad en de karakteristieke kersen-aardse combinatie.
De belangrijkste appellaties
Chianti Classico is de bekendste appellation van Sangiovese en vereist minimaal 80 procent van dit ras. Wijn met het label Gran Selezione is de top van de Chianti-piramide: minimaal 30 maanden rijping, uitsluitend afkomstig van geselecteerde perceeltjes. Brunello di Montalcino bestaat voor honderd procent uit de lokale kloon Brunello en krijgt minstens vijf jaar rijping voor de reguliere versie. Deze wijn behoort tot de meest gewaardeerde en duurste wijnen van Italië, maar zijn jongere broer Rosso di Montalcino biedt vergelijkbaar DNA voor een fractie van de prijs.
Vino Nobile di Montepulciano, niet te verwarren met de Abruzzese druif Montepulciano d’Abruzzo, is eveneens op Sangiovese gebaseerd en biedt een aantrekkelijk midden tussen de toegankelijkheid van Chianti en de rijkdom van Brunello. Dan zijn er nog de Super Toscanen, een informele categorie die in de jaren zeventig ontstond toen winemakers bewust de strenge DOC-regels omzeilden om internationale rassen zoals Cabernet Sauvignon en Merlot aan Sangiovese toe te voegen. Sassicaia, Tignanello en Ornellaia zijn de bekendste namen. Ze vallen onder de simpele IGT-aanduiding, maar worden wereldwijd beschouwd als absolute topwijnen.
Serveren en combineren
Een jonge Chianti of Morellino kun je serveren op licht gekoeld, rond de 16 graden. Oudere Brunello en Vino Nobile hebben wat meer temperatuur nodig, zo’n 17 tot 18 graden, en profiteren van een uur in de karaf. Het hoge zuur en de stevige tannines maken Sangiovese een wijn die echt vraagt om eten. Tomatengerechten werken uitstekend dankzij de overeenkomende zuurgraad. Maar ook een sappig stuk gegrild vlees, pasta met wildsaus of een rijpe pecorino zijn klassieke combinaties die altijd werken.
Wil je Sangiovese leren kennen zonder meteen een dure fles open te trekken? Begin dan met een solide Chianti Classico of een Rosso di Montalcino in het segment van 12 tot 20 euro. Die geven je een uitstekend beeld van wat dit veelzijdige ras in huis heeft, en wekken vrijwel zeker de nieuwsgierigheid naar de hogere regionen van de Italiaanse wijnkaart.
